vorige week vrijdag zijn we naar Groningen gegaan om daar in het Groninger Museum de tentoonstelling te bezoeken gewijd aan de Engelse schilder Waterhouse. Voorafgaande aan het bekijken van de schilderijen hebben we een lezing bijgewoond over deze kunstenaar door Ellen v.d.Vegt, verbonden aan de Vrije Academie. Ik wil hier een verslag doen van datgene wat zij verteld heeft.
Over het prive-leven van de kunstenaar is heel weinig bekend; we weten niet of er nog ergens brieven van of aan hem bewaard zijn gebleven. Zijn beide ouders waren kunstenaars en tijdens zijn geboorte verbleven zij in Rome. Al vroeg slaat het noodlot toe, want zijn moeder en twee broers overlijden aan tuberculose. Terug in Londen gaat hij zijn vader, die portretschilder is, helpen. Raadselachtig is dat hij zich bij de Royal Academy niet aanmeldt bij de afdeling schilderkunst, maar bij de afdeling beeldhouwkunst, Hij exposeert op de jaarlijkse tentoonstelling die de Royal Academy organiseert. Hij hangt het academisch schilderen d.w.z. men schilderde heel nauwgezet en men mocht geen penseelstreek zien. De onderwerpen hadden te maken met de historie of de godenwereld. Een voorbeeld van deze stijl is het schilderij Na de dans, dat hij baseerde op een fresco uit Pompei. Maar opvallend bij Waterhouse is dat zijn schilderijen altijd beladen zijn, en daarmee verschilt hij b.v. enorm met een wat oudere kunstenaar nl. Alma-Tadema, die op zijn schilderijen heel veel laat zien en heel veel informatie geeft, wat bv. goed te zien is op een schilderij uit 1868 dat de titel draagt Een bloemenmarkt. Waterhouse schildert in 1880 ook een bloemstalletje, maar hij richt zich op een detail en laat daarop b.v. het standsverschil zien. Na zijn huwelijk krijgt hij in de Primrose Hill Studio's een atelier.
In 1883 schildert hij een doek waarop keizer Honorius is afgebeeld. Deze keizer regeerde van 395 tot 425 na Christus en tijdens zijn bewind wordt Rome belegerd door de Goten. In plaats van de stad te verdedigen vlucht de keizer naar Ravenna. Waterhouse beeldt de man als een zwakkeling af, die alleen maar oog heeft voor zijn duiven. De schilder liet zich voor dit schilderij inspireren door een roman van Wilkie Collins.
In 1880 schildert Waterhouse het doek Zalig nietsdoen. In de Victoriaanse tijd mochten de vrouwen geen echt eigen leven leiden+ zij moesten vroom en dienstbaar leven. Het waren labiele, hysterische wezens. In 1885 schilderde hij de Heilige Eulalia+ het is een theatraal schilderij, waarop echter geen bloed is te zien en eigenlijk de martelares als een verleidelijke vrouw wordt afgebeeld. Hij laat zich inspireren door de actrice Sarah Bernard, die in die tijd triomfen vierde.
Met het schilderij Marianne gedateerd in 1887 wint hij veel prijzen. Het is een verhaal van de historieschrijver Flavius Josephus. Het is een dramatisch doek, waarop de in het wit geklede joodse vrouw van Herodus, na veroordeeld te zijn voor haar overspel, haar dood tegemoet treedt. Het is Salome de jaloerse vrouw die dit heeft bekokstoofd. De ruimte afgebeeld op dit doek is waarschijnlijk het atelier van Alma Tadema.
Opvallend was dat Waterhouse ook schilderles gaf aan vouwen. Een groot voorbeeld van hem was de Pre/Rafaeliet Millais, deze groep schilders zagen in kunstenaars als Van Eyck en Rogier v.d. Weyden hun voorbeeld en vonden in een schrijver als Shakespeare hun inspiratie. Ophelia die zichzelf verdrinkt - water als doodsthema.
Waterhouse wendt zich van het academisch schilderen af door het zien van sc hilderijen van de Fransman Jules Bastien Lepage o.a. diens Jeanne d'Arc. In 1879 schilderde deze kunstenaar op een naturalistische wijze, en plein air met platte streken van de kwast deze heilige. Ook Dante Gabriel Rosetti beinvloedt Waterhouse wat vooral tot uiting komt in wat wellicht zijn beroemdste werk is The Lady of Shalott; het heeft te maken met een gedicht van zijn beroemde tijdgenoot Tennyson, In dit gedicht zit een vrouw opgesloten in een toren en ziet alles door een spiegel. Ze is gedoemd om te sterven. Dit schilderij is een allegorie van onderdrukking en onderhuidse seksualiteit. Juist in deze periode was de positie van vrouwen aan het veranderen.
In 1891 verlaat Waterhouse weer de franse manier van schilderen en hij schildert weer in Academische stijl, maar wel veel losser wat penseelstreek. Zijn onderwerpen zijn fatale vrouwen uit de Griekse mythologie. Opvallend is het gebruik van spiegels aks magische ruimtes. B.v. Circe betovert de mannen van Odysseus in zwijnen. De macht van de magie wordt geplaatst tegenover de fragiele vrouw.
Wie zijn modellen zijn geweest weten we niet; hij gebruikte wel een bepaald type vrouw met een prachtige haardos, volle lippen en stevige onderkin. In 1895 schildert hij het doek met de heilige Cecelia; ook weer gebaseerd op een gedicht van Tennyson. Haar ogen zijn dicht vanwege haar blindheid. Dit doek zit vol gewaarwordingen.
in 1902 schildert hij het doek Windbloemen dat we kunnen zien als een aanpassing aan de kritiek die zijn laatste werken kregen. Het is een verwijzing naar Persephone de koningin van de onderwereld die ontvoerd wordt door Hades. Er is een onderhuidse spanning, want de vrouw kijkt op een bepaalde wijze opzij, alsof vandaar het kwaad komt.
Na deze lezing zijn we de tentoonstelling gaan bezoeken en hebben ons vergaapt aan de prachtige werken. Van een vroegere vriend - conservator Centraal Museum - hebben we geleerd eerst vluchtig te kijken en daarna opnieuw te kijken. Op deze manier krijg je een goed globaal overzicht van het werk en daarna vallen je allerlei details op. We hadden het geluk dat het niet druk was. Het is een tentoonstelling die je gerust een tweede keer kunt gaan bekijken.
Laatste reacties